Collega Jan vertelt

Maandag

Vandaag sta ik op met een gezonde nieuwsgierigheid. Meer dan twee jaar geleden contacteerden de Provincie Antwerpen en het departement LNE (nu: departement Omgeving) ons met de vraag of we wilden meewerken aan een nieuw project. Doelstelling: biodiversiteit beter integreren in de bedrijfswereld. Wat een uitdaging! We deden uiteraard graag mee. Ondertussen loopt het project 2BConnect anderhalf jaar en is het tijd om een tussentijdse balans op te maken op het midterm event. Ik ben erg benieuwd hoe het project ondertussen geëvolueerd is.

Wat vooral inspireert zijn de bedrijven die stappen hebben gezet richting meer biodiversiteit en daar erg enthousiast over komen vertellen.

Yara in Nederland, bijvoorbeeld, deed aan natuurontwikkeling op een nog te ontwikkelen terrein. Dat past in een Nederlands juridisch kader van tijdelijke natuur. De resultaten zijn opvallend. De aantrekkelijkheid van het gebied is zo veel groter geworden dat mensen, dieren en planten zich er veel beter thuis gaan voelen. Door het aanpassen van het maaibeheer en het plaatsen van nestkasten zijn collega-vogelspotters en natuurliefhebbers ’s middags druk in gesprek over de laatste nieuwe waarnemingen. De slechtvalk is daarbij de meest spectaculaire. Die is niet alleen een ware snelheidsduivel in de lucht, maar dringt ook de duiven en bijhorende overlast terug. Dat laatste is niet onbelangrijk op een productiesite.

Ook de mens heeft nu meer aan het onbenutte terrein, het is opengesteld als wandelgebied. Dat levert bijzondere waarnemingen en mooie verhalen op. Zo kwam onlangs een bruidskoppel het terrein gebruiken als decor voor een prachtige huwelijksreportage.

Bij Sibelco zijn gelijkaardige geluiden te horen. Ook daar maakt de aanwezigheid van natuur het terrein veel aangenamer. Zo vormden zij een gazon om tot grasland en werd het beheer overgelaten aan schapen. Collega’s waardeerden het enorm en gaan nu af en toe tijdens de middag schaapjes kijken.

Tijdens de lunch ben ik blij om enkele projectpartners opnieuw te spreken. Bij sommige is het geleden van de startmeeting. Bij andere ben ik blij om eindelijk het gezicht achter het mailadres te leren kennen. Collega Alexandra Mannaert is intussen ook toegekomen, zij was ook betrokken bij het prille begin: de indieningsfase. Vandaag geeft ze een workshop over ecologisch ontwerp en beheer, geïnspireerd op onze langlopende opleiding ‘Van tuin tot landschap: een ecologische visie’. We stemmen even af over de workshop en over hoe we onszelf verdelen over de workshops.

Na de middag komen nog enkele verhalen aan bod van bedrijven. Telkens opnieuw spreken ze met lichtjes in de ogen over het effect op collega’s. Niet alleen is de reactie over de hele lijn positief. Bij veel collega’s wordt de interesse dermate gewekt, dat ze thuis ook aan de slag gaan in eigen huis en tuin. Toyota speelde daar expliciet op in door in samenwerking met Natuurpunt bijenhotels aan te bieden.

Het was goed te zien dat het project veel initiatief heeft losgeweekt bij bedrijven en dat de kennis goed doorstroomt. Ik sluit de dag af zoals ik hem ben begonnen. Met veel nieuwsgierigheid. De fundamentele beweging die we nog moeten inzetten, gaat richting het toepassen van een investeringslogica op natuur. Ook daar zijn steeds meer voorbeelden van Dow Chemicals investeert bijvoorbeeld in kwalitatieve wetlands om uiteindelijk minder afhankelijk te zijn van externe watervoorziening. Dat is zeker voer om verder over te discussiëren met de collega’s en de projectpartners. Wie kan investeren? Hoe zien terugverdieneffecten eruit en hoe vallen die te berekenen? Wie draagt de kosten van natuur? En wie kan mee genieten van de baten? 

Dinsdag

Een voormiddag zonder vergadering in de agenda. Zoals dat wel eens durft te gebeuren draait het tóch uit op veel overleg. Vaak gebeurt dat telefonisch. Zo ook vandaag. Collega’s bevinden zich in het bos of op de hei, soms tussen vogels, die zingen blij. Zelden lopen ze daar zingend van vrolijke vrienden, wat toch een gemiste kans is. Ik tref nog iemand telefonisch net voor hij aan de les begint. Iemand anders is een excursie aan het voorbereiden. We zien elkaar niet de hele tijd op kantoor (we werken trouwens toch van op meerdere locaties), maar zo zorgen we toch voor afstemming tussendoor. 

Daarna staat het opmaken van een nieuw marketingplan op de agenda. Een collega is al op een koekje aan het knabbelen als ik binnenkom. Omdat een andere collega koekjes heeft meegebracht. Zomaar. 
Samen met gespecialiseerde adviseurs merken we hoe we onze communicatie en positionering soms in nodeloos complexe bochten wringen. We trekken er iets rechtere lijnen door. Er is nog werk aan. Het is goed dat het adviesbureau nu en dan goed aan de boom schudt en een aantal ingesleten ideeën in vraag stelt.

Woensdag

We evalueren samen met een aantal mensen een opleiding. We overlopen spontane reacties, officiële evaluatieformulieren en eigen observaties. Al deze zaken houden we tegen het licht van de doelstelling. Het is een kort, maar genuanceerd overleg. We gaan deze opleiding niet meer op dezelfde manier vormgeven. We concluderen samen dat de deelnemersgroepen voor dit soort initiatieven beter op teamniveau worden samengesteld. Zo zijn de groepen homogener en creëren we tegelijk wat meer betrokkenheid bij leidinggevenden. Uit elke opleiding valt wel iets te leren, ook voor de organisatoren.

Daarna is er ook even tijd om naar het werk van onze twee Nederlandse stagiairs te kijken. Zij werken voor Ecopedia een aantal praktijkvoorbeelden uit. Het is zoeken naar het optimale kennisdelende midden tussen aantrekkelijkheid van de informatie en de technische diepgang.

Donderdag

Op donderdag staan er twee studiedagen in verband met twee innovatieve projecten op het programma. Ik heb een tijdje geleden al gekozen voor die van Eco2eco, wat betekent dat ik de studiedag in verband met Grasgoed niet kan bijwonen. Nog even overweeg ik mijn aandacht te verdelen door voor- en namiddag bij de verschillende projecten door te brengen. Ik besef dat ik door verplaatsingstijd en het missen van inleiding of conclusies geen van beiden goed zou meemaken. Ik blijf dus bij de originele keuze.