evaluatieprocedure voor gemeentesecretaris Meise

Door een nieuw gemeentedecreet in 2005 werd een evaluatieprocedure voor decretale graden door een extern bureau verplicht. Gemeente Meise deed een beroep op Jobpunt Vlaanderen. Ellen De Clerck, gemeentesecretaris in Meise, geeft een woordje uitleg over haar ervaring met de evaluatieprocedure.
decretale graden
“Jobpunt Vlaanderen gaf op het schepencollege een voorstelling over hoe zij de evaluatie van de decretale graden zagen en welke de mogelijkheden waren. Dit werd zeer positief onthaald. Voor ons was het evalueren van deze graden een totaal nieuw gegeven. Na de presentatie hebben we ons aangesloten bij Jobpunt Vlaanderen. Samen kozen we een HR-adviesbureau dat de evaluaties voor zijn rekening nam.
Halverwege mijn proefperiode werden ook mijn prestaties geëvalueerd. Het gemeentebestuur gaf een aantal medewerkers op voor een online bevraging. De externe consultant had vervolgens een gesprek met een aantal leden van het schepencollege en met mij. Er vond ook nog een evaluatie plaats op het einde van de proefperiode. Dit gebeurde aan de hand van een gesprek met dezelfde leden van het schepencollege en met mezelf.”
een positieve bijdrage
“De bevragingen werden gevolgd door een zeer uitgebreid verslag met heel wat interessante feedback, zowel van de medewerkers als van het schepencollege. Als er geen namen genoemd worden, komt er toch informatie aan de oppervlakte die je niet snel rechtstreeks krijgt. Dit geeft een goed zicht op hoe je werk beoordeeld wordt, op je sterke kanten maar ook op de nodige aandachtspunten.”
evaluatie van Vlaamse topambtenaren

De Vlaamse overheid streeft voor de evaluatie van de Vlaamse topambtenaren naar een 360°-feedback. Dit houdt in dat niet enkel de leidinggevende, in casu de bevoegde minister, maar ook de topambtenaar zelf en zijn medewerkers hun bijdrage leveren aan de evaluatie. De bedoeling is om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van de prestaties op de werkvloer. Marc Morris, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, omschrijft hoe de evaluatie in zijn werk gaat en hoe hij die beleeft.
evaluwijzer
“De eerste stap in de evaluatie is de elektronische bevraging. Een vijftiental mensen worden via het internet bevraagd: ikzelf, de functioneel bevoegde minister, de afdelingshoofden aan wie ik leiding geef en eventueel nog enkele andere medewerkers. De bevraging bevat drie elementen: de vooropgestelde jaardoelstellingen, de resultaatsgebieden, met name de dagelijkse werking, en mijn generieke competenties. Dit laatste heeft betrekking op mijn kwaliteiten in leidinggeven, samenwerken, strategie,…”
een verrijkende confrontatie
“Over deze bevraging wordt een eerste versie van het rapport gemaakt. Op basis hiervan heeft de externe consultant een gesprek met de minister en met mezelf. Daarna worden eventueel nog wat commentaren aan het ontwerp toegevoegd. Het gefinaliseerde rapport gaat terug naar de bevoegde minister en er wordt een score toegekend.
Via de 360°-methode kun je je zelfevaluatie confronteren met de perceptie die leeft bij de collega’s en bij de minister die je opdrachtgever is.
In het ontwerpverslag worden alle bevindingen samengebracht. Zo krijg je een interessante neerslag van de drie groepen spelers die betrokken zijn bij je functioneren. Bottom-up vanuit je collega’s, top-down vanuit de minister en zijn medewerkers en natuurlijk introspectief vanuit jezelf. Alles samen geeft dit een goede samenvatting van wat je het afgelopen jaar hebt gepresteerd. Het verslag is voor mij alvast een stimulans, een schouderklopje om verder te doen. Het geeft voldoening en is tegelijk een aansporing om de teugels niet te vieren.”